zaterdag 30 december 2017

Balans en perspectieven

Sinds het ontstaan ervan werd deze blog al meer dan een kwart miljoen keer bekeken, 253.323 keer om exact te zijn, een cijfer dat, terwijl ik het neerschrijf, alweer voorbijgestreefd is. Een jaar geleden stond de teller nog op 178.721. Dat betekent dat er in een jaar tijd 74.602 views aan toegevoegd werden, wat nooit eerder gebeurd is.
In 2016 had ik 247 stukjes gepost, waarmee ik voor het eerst boven de 200/jaar kwam. Dat vond ik eigenlijk wel overdreven van mezelf, want het betekende dat ik haast dagelijks een nieuw verhaal publiceerde. Ik had me toen voorgenomen om me een beetje te matigen en ik ben daar ook, zij het met moeite, in geslaagd: in 2017 publiceerde ik 200 nieuwe stukjes. 
’t Is nog altijd teveel, want ik streef naar een ritme van een stukje om de andere dag. Meer dan 183/jaar zou dat niet mogen geven. Nu gebeurt het nog al te vaak dat een post ondergesneeuwd geraakt in de lawine van stukjes die er boven komen te staan.
Voor wat de perspectieven betreft kan ik dan ook kort zijn. Ik ga gewoon verder op de ingeslagen weg en voeg er Lenins woorden aan toe: liever minder, maar beter! 
In de rechtermarge van de blog staat een top tien van de meest gelezen posten. 2017 bracht zes nieuwe topstukken voort. Ook dat is een record.
Op 10 staat een handpalmverhaal: Betsy van ‘t Sas. Het is de bewerking van een langer verhaal dat ik al eerder publiceerde en dat toen De lotgevallen van Zwarte Maria heette. Ik maakte het nu korter en daardoor ook sterker. Er is evenwel een bijzondere verklaring voor het grote succes van deze versie. Blijkt dat er alhier een bier gebrouwen wordt dat Blonde Betsy heet en de brouwer ervan woont aan ’t Sas. Die mens  — Jurgen Tavernier — stuurde mijn verhaal via zijn indrukwekkende sociale netwerk de wereld in, met alle gevolgen van dien: het werd een hit.
Dat is trouwens de regel: wanneer zo’n stukje opgepikt wordt door iemand met een druk bekeken facebook dan wordt het een succes. [Neen, zelf ben ik geen facebookvriend, da’s een beperking die ik mezelf opleg; er kruipt al genoeg tijd in deze computer.]
Ook op 9 staat een nieuweling. Dat stukje wordt geschraagd door een schoolfoto uit 1948. Veel oudere Bredenaars togen op zoek naar de namen achter de gezichten, iets wat resulteerde in tal van commentaren en in vele honderden views.
Nieuw is ook het stukje dat op 7 terechtgekomen is. In Het privilege van de Vistrap werp ik een blik op die merkwaardige marktplaats in Oostende. Het stukje werd, ook omwille van de markante foto’s, erg gesmaakt; vooral door Oostendenaars, vermoed ik.
Ronduit spectaculair was het aantal lezers dat een weg vond naar het verhaal waarin ik de Amerikaanse president, onder de niet mis te verstane titel Trump in Bredene, mijn thuisgemeente laat bezoeken. Dit stukje fake news behoort tot de vier meest gelezen blogstukjes van De Laatste Vuurtorenwachter. Maar goed ook, want 't is een zeer kort verhaal waarop ik met tevredenheid terugblik.
Ook de twee eerste plaatsen worden bezet door nieuw materiaal. Op twee staat een culturele beschouwing betreffende de indrukwekkende veranderingen die momenteel op de Oostendse Oosteroever plaatsgrijpen. Daar verrijst een spectaculair nieuw stadsdeel. In Oud en nieuw mijmer ik een beetje over wat daar geweest is en wat gaat komen. Vele mensen blijken met me mee te mijmeren, want in twee dagen tijd werd het stukje al door meer dan duizend mensen bekeken; ook vandaag wordt het nog altijd veel gelezen. Misschien komt het mettertijd helemaal bovenaan te staan.
Maar nu staat er een ander stukje op nummer één, en ook dat is nieuw. Onder Allen naar Kuttekoven staat een satire op gebeurtenissen die zich in november in dat gehucht afgespeeld hebben. Wie niet weet waarover dat gaat moet daar zeker eens naar kijken, want er valt veel uit te leren, over normen & waarden bijvoorbeeld en over identiteit. Kuttekoven leert ons iets over Vlaanderen in de XXIste eeuw en hoe dat bij wijlen nog erg lijkt op het Vlaanderen van de XIXde.

Flor Vandekerckhove

woensdag 27 december 2017

Oud en nieuw

— De Hendrik Baelskaai in Oostende. Een beeld dat bol staat van de symboliek. —


In 1957 werd in Oostende, op de werf van August Loy, een houten vissersschip gebouwd. Het kreeg bij de tewaterlating het nummer O.225 toegewezen en werd Siol gedoopt. Nadien veranderde het enige keren van eigenaar en van naam, tot het in 2005 uit de vaart genomen werd. Dat gebeurde niet te vroeg, want de O.225 was toen het oudste vaartuig van de Vlaamse vissersvloot.
Uitgerangeerd kwam het vervolgens in handen van gewezen visser Gerrit – Ricky — Lycke uit Zeebrugge, die het van de sloop redde. Hij verkocht het aan de bezielde Michel Beulens die met enkele geestesgenoten een stukje varend erfgoed van wilde maken. In december 2006 zei Beulens daar in Het Visserijblad over: ‘De O.225 is nog in zeer goede staat. Onder de waterlijn mankeert er niets. Aan het droge gedeelte zijn alleen wat planken aan vervanging toe en hier en daar is er een lek in de dekvloer.’ Hoe het met ‘s mans mooie intenties vergaan is weet ik niet, maar misschien past hier wel het vers van Willem Elsschot: tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren.
Wat er ook van zij, uiteindelijk kwam het scheepje in handen van de Oostendse reder Willy Versluys die het aldaar in ’t Vuurtorendok liet liggen tot het… zonk. Waarna het op de kaai gezet werd. Tot halverwege december lag het daar hoog en droog te wachten op wat komen zou. Ik fotografeerde het in oktober.
Het scheepje en de nieuwe omgeving waarin het terechtgekomen was leverden een indrukwekkend beeld op, vol symboliek: uitgedoofd kapitaal tegenover nieuw rendement, traditie versus nieuwlichterij, verleden tegenover toekomst, klein tegenover groot, hout versus beton, onmacht tegenover macht, poëzie tegenover zakelijkheid, beweeglijkheid versus vastgoed, nostalgie tegenover perspectief…
Halverwege december werd het schip van die kaai weggehaald omdat het er in de weg stond. Ook die daad staat bol van symboliek. De Hendrik Baelskaai is immers de plek waar de Oostendse visserij tot halverwege de XXste eeuw kon groeien & bloeien. Waarna het verval intrad, eerst weifelend, daarna in sneltreinvaart. Uiteindelijk, zo zegt de symboliek, kwam het zover dat een vissersschip daar in de weg stond.
Het scheepje staat nu op een plek waar het, samen met de slipway, een toeristische blikvanger kan worden. Als dat opzet slaagt dan wordt daarmee een relatief nieuw gat in de markt gedicht, met name dat van het industrieel erfgoedtoerisme dat volgens sommigen de plaats van de religieuze bedevaarten inneemt.
In The tourist gaze, een indrukwekkend standaardwerk over toerisme, 300 pagina’s dik, dat je hier gratis kunt downloaden, heeft de auteur het over dergelijke sites in Groot-Brittannië. Daar gaan massa’s mensen de plekken bekijken die hen herinneren aan de tijd dat ze nog werk hadden. Volgens de auteur heeft het kapitaal daarmee een middel gevonden ‘om het verleden tot koopwaar te transformeren’.
Of het aan de Oostendse Slipwaykaai zo’n vaart zal lopen is weinig waarschijnlijk, maar de visserij is er, zo leert een blik op de site, wel rijp voor. Misschien kunt u alvast een wervende slogan suggereren.

Flor Vandekerckhove
— Een confronterende fotomontage. Links: de inmiddels afgebroken redactielokalen van Het Visserijblad op de Oostendse Baelskaai.
Rechts: het flatgebouw dat op die plek zal verrijzen. —

dinsdag 26 december 2017

Leren schrijven met Grace Paley (II)

Over deze Amerikaanse heb ik het in 2015 al eens gehad in een stukje dat ik onder Leren schrijven met Grace Paley gepost heb. Ik vat het even samen: Paley behoort tot mijn pantheon van geprefereerde schrijvers, waar ze een ereplaats deelt met Lucia Berlin en Isaak Babel. Misschien ook wel met Joy Williams, maar die leeft nog en misschien is ’t onbehoorlijk om haar in zo’n pantheon naast dode mensen te zetten.
Ten tijde van dat eerste Paleystukje had ik haar alleen nog maar in ‘t Engels gelezen. Daar is intussen verandering in gekomen. Eerst heb ik een tweedehands exemplaar van Later die dag (°) ontdekt, haar derde verhalenbundel, en nu is er Lange afstandloopster en andere verhalen (°°), een vertaling van haar eerste boek.
Omdat ik eerder al uitgebreid over haar geschreven heb kan ik me nu tot een detail beperken. Net als bij Babel ben ik ook bij haar erg onder de indruk van de manier waarop ze haar verhalen weet af te sluiten.
In de nieuw vertaalde bundel staat een stukje dat Politiek heet. Ze vertelt hoe moeders uit een multiculturele wijk een hoorzitting naar hun hand weten te zetten. Ze halen hun slag thuis: er komt een hek rond het speelterrein. Waarna een politieagent een gat in dat hek maakt. Een jonge verslaggeefster betrapt hem. En uit de confrontatie van die twee volgt de slotzin van het verhaal: ‘Negen maanden later beviel zij van twee zonen, de een Iers, de ander Italiaans, die haar de rest van haar leven elk in zijn eigen dialect toezongen.’
Of hoe een linkse schrijver de altijd op de loer liggende drammerigheid sierlijk weet te ontwijken. Ja, daar kan ik nog iets van leren.
Later die dag, de eerst vertaalde bundel opent met een verhaal dat Liefde heet en waarvan ik u het slot leer kennen, zonder commentaar:
‘Toen bespraken we hoe het SALT-verdrag de basis miste waarop het plafond moest rusten, lazen een gedicht dat een van zijn dochters had geschreven, keken naar een televisieprogramma dat de ondergang van de Europese textielindustrie bekend maakte, en toen gingen we met elkaar naar bed.
’s Anderendaags zei hij: Je vrijt best lekker, weet je dat. Hij zei: Echt. Je doet me enorm aan Dotty Wasserman denken.’
Flor Vandekerckhove

(°) Grace Paley. Later die dag. 1986. Uitgeverij Contact Amsterdam. 144 p. 
(°°) Grace Paley. Lange afstandloopster en andere verhalen. Met een voorwoord van Nina Polak. 2017. L.J. Veen Klassiek. 186 p.

zaterdag 23 december 2017

De Kerstmuziekverbrijzelaar ®

Met lede ogen keek ik naar de luidsprekers. Weer zouden ze me dagenlang in kerstmuziek onderdompelen, iets wat ik verleden jaar maar met veel moeite had weten te overleven. Ik moest iets ondernemen.
‘Knip gewoon de draad door,’ zei mijn zoon.
‘Zo simpel is het niet’, antwoordde ik, ‘de luidsprekers zijn draadloos met elkaar verbonden.’
‘Dan heb je iets nodig waarmee je de frequenties kunt verstoren’, zei hij.
De rest van ons gesprek moet ik u onthouden, want dat ging over bluetooth en wifi, vrije frequenties en interferentie, antigeluid en akoestische reflectiedempers, staande golven en amplitude, voortplantingsrichting en evenwichtspositie, knopen en buiken, hoekfrequenties en golfgetallen, tegengestelde fases en inverse amplitudes, kwartlamba- en absorptiedempers… U begrijpt dat ik er niets van begreep en ik begreep dat ik het aan mijn zoon moest overlaten. Hij zou kijken wat hij kon doen.
Een uur voor de middenstand de muziekknop zou indrukken bracht hij me een zelfontworpen apparaat. ‘Van zodra het patent geregeld is’, zei hij, ‘wordt dit bekend als de Kerstmuziekverbrijzelaar ®.’
Wat ik zag leek op een kalasjnikov, waarvan het magazijn vervangen was door een soort afstandsbediening. Verder viel me de antenne op en er was ook een zwengel, wat ik merkwaardig vond in deze digitale tijden. Mijn zoon plaatste een driepikkel op de vensterbank en richtte zijn Kerstmuziekverbrijzelaar ® op de luidspreker aan mijn gevel.
‘Het probleem,’ zei hij, ‘is dat je…’ en weer ging het over antigeluid, staande golven, voortplantingsrichting, hoekfrequenties, tegengestelde fases en absorptiedempers… ‘Zo niet,’ besloot hij, ‘verstoren we de draadloze verbindingen bij de buren.’
In spanning wachtten we op de eerste tonen. En opeens was ’t van dat: I’M DREAMING OF A WHITE… Mijn zoon gaf een ruk aan de zwengel, knipte een lampje aan en nadat hij de trekker had overgehaald geschiedde wat volgt: de garagepoort van de overburen ging open, in de living sprong de televisie aan, her en der begonnen voordeurbellen te rinkelen, ergens werd een beddenbodem geactiveerd, in de tearoom begon de ventilator wild te draaien en op mijn zolder ontbrandden al de kweeklampen. De kerstmuziek echter… ging door en door en door en door.
‘Volgend jaar beter’, zei mijn zoon, terwijl hij z’n Kerstmuziekverbrijzelaar ® opborg, 'er is nog een beetje werk aan'. Ongevraagd voegde Bing Cosby er aan toe: AND MAY ALL YOUR CHRISTMASES BE WHITE.

Flor Vandekerckhove

donderdag 21 december 2017

Een Franse mesdag

— Naast me zitten Georgette en Simonne. De andere deelnemers aan het gesprek zitten aan gene zijde van de camera, waar ze de krachten gebundeld hebben om dit beeld vast te leggen. — 

Voor Simonne heb ik De Zeewacht meegebracht en voor Georgette een kalender. We bevinden ons in het salon van het woonzorgcentrum, waar meer volk dan anders zit. Er staat een kerstboom.
Omdat ik gezichten zie die ik nog niet ken, vraag ik naar de namen. Waaruit een gesprek groeit dat zich eerst concentreert op de familienaam Devriendt die, zeggen mijn gesprekspartners, in de gemeente overvloedig present is.  
(’s Avonds zoek ik ernaar in mijn blog en ik vind waarlijk zes Devriendts: Marcel, Georges, Hélène, Elza, André en Jean-Pierre. Wie op de in ’t rood gezette namen drukt wordt er naartoe geleid.)
Het gesprek verplaatst zich naar zij die ons ontvallen zijn. De overledenen doen ons aan begrafenissen denken en die begrafenissen voeren ons naar de dragers, mannen die de kist dragen; een functie die vandaag op wieltjes loopt, maar die destijds al eens uit de hand durfde te lopen.
Dat kwam door de daaropvolgende koffietafel, waar de dragers voor al dat draagwerk met meer dan één poester beloond werden. Of omdat ze zichzelf daarmee beloonden in ’t café vlak om de hoek. Het gesprek leert me dat de dragers niet alleen de lijkkist droegen, maar ook een reputatie torsten.
Lijkkisten dragen was geen beroep, het was een bijverdienste. Maar in het woonzorgcentrum zijn ze het erover eens dat de dragers zich daags nadien maar zelden op de werkplek vertoonden. Van die begrafenis hadden ze, zegt iemand, een Franse mesdag gemaakt.
Een Franse mesdag! Mij is de term niet bekend, maar in het salon ben ik de enige. Vervolgens verneem ik dat niet alleen de dragers er al eens een Franse mesdag van durfden te maken. Simonne herinnert zich dat je op maandagen niet erg op metselaars kon rekenen, ook in de bouw kende men de Franse mesdag.
Men zegt wel dat je op het internet alles vindt, maar dat is niet waar. Nergens vind ik daar iets over het begrip dat ik zojuist heb leren kennen. Wel vind ik: Mestdagh: bijnaam naar de misdag (het Middelnederlandse en Westvlaamse mesdag): zondag, feestdag, kerkdag...’
Wat mij tot enig speculeren brengt. Is de Franse mesdag een zondag, feestdag, kerkdag... die men liederlijk doorbrengt? Of slaat de uitdrukking op de extra rustdag, omwille van de kater, daags na de kerkdag?

Flor Vandekerckhove 

woensdag 20 december 2017

Nog heeter dan de negerinnen


— Leven en dood van Jan-Jacob Slauerhoff. Veel tijd ligt er niet tussen beide beelden: de dichter werd nauwelijks 38. —

Jan-Jacob Slauerhoff (°1898 - †1936) was ‘Bijna veertig en nog bevangen/ In verlangen naar maagdelijkheid,/ Naar zuiverheid, naar rust, naar vrede,/ Naar een tuin aan zeeën blauw/ Waar een ongerepte vrouw/ Toelaat tusschen breede,/ Volle en toch slanke dijen/ Mij voor eeuwig neer te vlijen/ In oneindige omhelzing,/ Waaraan ook het water deelneemt.’
Wanneer Slauerhoff dit vers neerschrijft is hij aan ’t einde van zijn korte leven gekomen, want hij wordt nauwelijks 38. Een jarenlang genegeerde tuberculose, malaria, een aandoening aan zijn nieren… De scheepsdokter heeft nagelaten zichzelf te verzorgen en daar betaalt hij op jonge leeftijd de rekening voor.
Terwijl hij de wereldzeeën bereist, en zich onderweg te buiten gaat aan seks, drugs & rock’n roll, werkt hij aan een literair oeuvre dat van hem ‘een van de werkelijk groten van de Nederlandse poëzie’ maakt. In Nederland houdt hij zich ver van de andere dichters, niet alleen doordat hij een zeeman is, maar ook als ‘franc-tireur in een wereld en een samenleving die hem benauwden.’ Baudelaire, Byron, Jean Genêt, Dylan Thomas, Malcolm Lowry, Jack Kerouac… Dat zijn de namen die vallen wanneer hij met anderen vergeleken wordt. 
Schrijven is een passie, zegt Slauerhoff, en dan nog een die hij omschrijft als ‘van de slechte soort, een die haar slachtoffer maatschappelijk benadeelt en soms ten verderve voert.’ Schrijven is, zegt Slauwerhoff, een verslaving.
Wie iets van deze dichter wil lezen moet daarvoor niet eens naar de winkel, zijn Verzamelde gedichten staan hier op ’t internet. Daar valt mijn oog op een gedicht dat hij aan de havenstad Konakry wijdt. Ik haal er twee strofes uit. 
De eerste strofe gaat alzo:
O Konakry, wat was je heet;
Nog heeter dan de negerinnen,
Die gingen, glanzend van het zweet,
Heeter dan langgespeende zinnen,
O Konakry!
En de laatste:
O Konakry, zoo stil en heet,
Wij hadden niets elkaar te geven;
Wie zonder hoop geen uitkomst weet,
Die moet maar troostloos verder leven,
Niet, Konakry?

Flor Vandekerckhove

maandag 18 december 2017

Wat ik zoal kan

— Sloeber was een hond met heel veel capaciteiten. —

Er zijn veel dingen die ik kan. Ik kan bijvoorbeeld erg goed wandelen. En hardlopen kan ik ook. Ik loop over het strand, door het water, in het zand, en over de duinen; berg op, berg af; ik val, spring recht en leg er nog een sprintje bovenop. En zwemmen! Dat kan ik als geen ander. Ik kan dus wel een en ander.
Toch lig ik ‘t liefst van al heel dicht bij het vuur, gewoon op de grond, uitgestrekt op het tapijt. Dat is echt wat ik het beste kan. Als het kon bracht ik daar de rest van mijn leven door, vlak voor het vuur. Dat is helaas niet vol te houden. Je hebt beweging nodig en dan moet je eropuit.
In de zomer is ’t gemakkelijk, dan kan ik overal in het zonnetje liggen, dan lijkt de wereld wel een reuzengrote kachel. ‘s Winters is er minder zon, maar dan is er de kleine kachel. De tussenseizoenen, die zijn pas erg. Rond Pasen gaat de kachel uit. ‘t Is dan nog niet warm. Dan lijd ik kou. Ik lig eens hier, dan daar, maar koud is ’t overal.
Pas na de herfst breekt mijn favoriete seizoen aan. ‘t Is winter en ik koester me in de warmte van de kachel. Sommigen vragen zich af hoe ik dat kan, zolang voor de kachel blijven liggen, maar ’t is simpel.  Ik lig neer en laat de ene kant schroeien en als dat te erg wordt keer ik me om, dan schroeit de andere kant en enige tijd later draai ik me weer. Intussen kijk ik doelloos rond, naar de muur of het plafond, naar een vlieg op de grond of naar de kont van een andere hond. Als het maar rijmt. Want ik kan ook dichten, zonder mijn gat op te lichten.

Flor Vandekerckhove

zaterdag 16 december 2017

Rachida Aziz is een spelbreker

—  Twee heel verschillende mensen. En toch. Links André Henry, een spelbreker uit de jaren zeventig. Hier in 2015 gefotografeerd tijdens een herdenking van de overleden Vlaamse marxist François Vercammen. Rechts: Rachida Aziz. Haar nieuwe boek laat een journalist aan de vroege jaren zeventig denken. Hij noemt haar een pasionaria omdat hij niet durft te zeggen dat ze een spelbreker is. —

Telkens wanneer misnoegde bevolkingsgroepen op verstorende wijze de rug rechten zie je het weer gebeuren. In periodes van wilde stakingen en straatgeweld, tijdens langdurige bezettingen van huizen of bedrijven, in alle vormen van sociale beroering die de grenzen van het gezond verstand aftasten, treden indrukwekkende figuren naar voor die op den duur niet langer te negeren vallen.
Die figuren zijn organisch verbonden met de groep waaruit ze voortspruiten en ze delen er de achterstelling van. Daardoor zijn ze zelden hooggeschoold, waardoor ze de voedingsbodem missen waarop welsprekendheid gedijt. Ze vallen niet langer te negeren maar ze choqueren wel degenen die getraind zijn in de finesses van het maatschappelijk debat, ze ontredderen de Bart De Wevers van deze wereld.
Wanneer het verzet sterk genoeg is, en de sociale beroering lang genoeg duurt, komen ze op plekken terecht waar normaliter alleen maar opinies van de elites verwoord worden. Daar gaan ze in debat met bevoorrechte tegenstanders, lieden die door hun afkomst oneindig veel voordeel hebben. Ze worden de spreekwoordelijke hond in het kegelspel. En soms slagen ze er inderdaad in dat spel omver te gooien. Ze zijn spelbrekers.
Zo’n spelbrekers hebben mijn jeugd verblijd. Assata Shakur (°) is er een van, Bernadette Devlin een andere. De eerste was thuis al vroeg weggelopen, de tweede werd van de universiteit weggestuurd.
Tijdens mijn militante jaren heb ik zo’n spelbrekers aan ’t werk gezien: André Henry (°°) in Wallonië, Jan Cap en Karel Heirbout in Vlaanderen. André werkte in de glasindustrie, Jan en Karel in de scheepsbouw. Ze namen deel aan langdurige bedrijfsbezettingen waarbij ze het journaille met hun standpunten omverbliezen.
U werpt tegen dat mijn lijstje wel heel verschillende mensen samenbrengt. Dat is waar. Ze komen uit verschillende milieus en tradities, ze hebben andere besognes, ze leven in andere tijden. Met elkaar gemeen hebben ze dat ze die tijden niet aanvaarden en beter dan wie ook in staat zijn te formuleren waarom ze dat niet doen.
Vandaag is er Rachida Aziz. EPO heeft nu haar columns verzameld en in een boek gegoten. (°°°) Ook zij is een spelbreker. Haar werk wordt door recensent Lode Delputte als volgt omschreven: ‘Aziz klinkt als een pasionaria uit de vroege jaren 70. Een van haar motoren is de boosheid, en vaak genoeg bonken haar zinnen erin als fanatiek gehamer.’ Dat is goed gezien van Lode, dat is inderdaad wat een spelbreker doet: bonken en hameren. En mocht Che nog leven en hier nu, door een ongeziene speling van het lot, naast me op de sofa zitten, dan had hij zeker met mij uitgeroepen: twee, drie, vele Rachida’s !

Flor Vandekerckhove


— (°) Assata Shakur. Assata: An Autobiografie. 1987. Het boek, 277 p. is hier gratis te downloaden. — (°°) André Henry. L’Epopée des verriers du pays noir. 2013. Ed. Luc Pire. 206 p. —  (°°°) Rachida Aziz. Niemand zal hier slapen vannacht. 2017. uitg. EPO. 263 p. —

donderdag 14 december 2017

Een medisch raadsel

Kan ik ziek worden, ernstig ziek, van het drinken van grenadine? Ik vraag me af of het mogelijk is. 
Ja, zult u zeggen, daar kunt u suikerziekte van krijgen. Maar ik drink grenadine zonder suiker. Kan ik daarvan ook een ziekte krijgen? Van grenadine met 0% suiker, van Boni, uit de Colruyt? Want ik drink daar inderdaad overmatig veel van. Ik denk dat ik daar de allergrootste consument van ben, ter wereld ja, van grenadine zonder suiker ja, dat denk ik ja.
Aan zo’n dingen zit ik te denken, terwijl ik een scheut aan mijn glas toevoeg. De poes komt bij me zitten, mijn vriendin kijkt naar de televisie. Het water kleurt fel rood en mijn gedachten waaieren uit.
Ik ben de enige die daar zoveel van drinkt. Daardoor herkent de huisdokter die ziekte niet, er is geen voorgaande. 
Het gaat van kwaad naar erger en ik loop heel het rijtje af, ziekenhuis in ziekenhuis uit, maar niemand weet raad. De geneeskunde staat voor dan een raadsel. De ziekte krijgt vrij spel. 
De oorzaak van mijn overlijden blijft onopgelost. Onbekend als ze is neemt de ziekte me met haar mee in 't graf en ook omgekeerd: ik neem de ziekte mee in ‘t graf.
De kans dat er later herkenning volgt is omzeggens nul. Dat kan alleen als er nog iemand geboren wordt die daar zoveel van drinkt, wat niet waarschijnlijk is. En dan moet die mens daar eerst nog ziek van worden en er vervolgens ook nog eens aan sterven. Dan zijn we alweer tientallen jaren verder, misschien zelfs honderden. Tegen die tijd is mijn overlijden al lang vergeten. Niemand zal zeggen: ‘In het tweede decennium van de XXIste eeuw is er nog zo’n geval geweest. Laat ons de ziekte derhalve een naam geven: de grenadine-zonder-suiker-ziekte.
Mijn dood is ontdaan van alle betekenis voor de geneeskunde, mijn overlijden is van generlei waarde voor de wetenschap. Mijn leven heeft nergens toe gediend en mijn dood nog minder.
‘Waarover ben je aan 't piekeren?’ vraagt mijn vriendin, ‘Waaraan denk je? Je bent zo bleek geworden.’
'Nergens aan,' antwoord ik. Da's niet eens gelogen en je moet ook niet altijd alles willen zeggen.

Flor Vandekerckhove

dinsdag 12 december 2017

Dit zijn de namen


Het lagere schooltje van Bredene Duinen in 1949-50. We zien het eerste en tweede leerjaar, het klasje van meester Rotsaert. 1. Michel Storme; 2. Fernand Tas; 3. Gaston Samijn; 4. Fernand Heschburg; 5. Laurent Hubert (?); 6. Fons Derycke; 7. Guido Segaert; 8. Marc Blomme; 9. Jean-Pierre Delvigne; 10. Axel François; 11. Robert De Kuyper; 12. Robert De Rooy; 13. Norbert Deputter; 14. André Gryson; 15. ?; 16. Romain Gevaert; 17. Luc Blomme; 18. Freddy David; 19. Raymond Bossaer; 20. Marcel Elegeert;  21. Fernand Devos; 22. Ides Lingier; 23. Norbert Portier; 24. Norbert Vermeersch; 25. Lucien Tas; 26. Romain Crombez; 27. Freddy Rotsaert. (De foto komt van Marc Blomme, waarvoor dank.)

Inmiddels heeft deze blog een toch wel indrukwekkende collectie foto’s van dat schooltje bijeengebracht, waardoor we nu over beelden beschikken van een massa Bredenaars die in ’t midden van voorgaande eeuw schoolplichtig waren en in de Duinenwijk, al dan niet met voldoening, aan die verplichting voldeden.
— De pijl duidt de plaats aan waar u rechts van dit stuk 
een naam kunt intikken. Het systeem leidt u dan naar 
de schoolfoto in kwestie. —
Ik probeer hieronder de namen te verzamelen die elders in de blog al onder zo’n schoolfoto staan.
Als u zo’n naam in het vakje ‘zoeken in deze blog’ tikt dan leidt het systeem u naar de betreffende beelden. Ik probeer ze hieronder een beetje alfabetisch te rangschikken — op voornaam, da’s eens iets anders, maar ’t is ook praktisch, want onder die schoolfoto’s wordt de naam ook voorafgegaan door de voornaam.
Onderaan de opsomming ziet u een aantal mensen die x als voornaam hebben. Da's natuurlijk omdat we de echte voornaam niet kennen. Laat vooral niet na om die mee te delen mocht u zekerheid hebben; 't zelfde voor de enkele namen waar een vraagteken achter staat.
Albert Blomme (†); Albert Declercq; Albert Loy (†); Albert Vanhille?; Alfons Derycke; An Rotsaert; Annie Hoorens; Annie Logghe; Anita Vandenbossche; André De Kuyper (°1938); André Devos (°1938); André Gryson; André Lems; André Wachtelaere (°1937); Arie Decoo; Arsène Cornelis; Bernard Depoorter; Bernard Deputter; Bert Tas; Brigitte Mestdach; Caroline Slabbinck; Charles Pyck (†); Chris Stuyts (†); Chrysante Depauw; Christiane Loy; Claudette Gunst; Daniël Crabeels; Dina Clybouw; Dirk Berghmans; Dora Clicteur (†); Eliane Steen; Erik Poppe; Etienne Melis (†); Erna Decoster (†); Erna Vandekerckhove; Felicien Borny; Fernand Borny (°1938); Fernand Devos; Fernand Moeyaert; Fernand Tas; Fernand Vanhille; Fernand Vanmassenhove; Fernand Vansieleghem; Flor Vandekerckhove; François of Marcel Dhaenekint; François Vanhoof; Freddy David (†); Freddy Rotsaert (†); Freddy Versluys; Frieda Poppe; Gaston Compernolle; Georgette Decoster, Germaine Van Loo, Gilbert Boey; Gilbert Conneye; Gilbert Depoorter (°1941); Gilbert Devos; Gilbert Rousseau; Gilbert Janssens; Ginette Blomme; Greta Vandenbroucke; Griet Vermeersch; Guido Segaert; Henriette Bultinck; Hilda Olders; Hilda Vanspeybrouck; Honoré Pitteljon; Hubert Steen; Huub Derdeyn; Hugo Pauwels; Ivan Cornelis, Ivan Schamp; Ivan Steen; Jan Poppe; Jacqueline Slabbinck; Jeannine Logghe; Jacques Malfait; Jean-Marie JonckheereJeanine Sameyn; Jeannine Allaert; Jeanine Barzeele; Jeannine Maes; Jeannot Van Hille; Jean-Pierre Beirens; Jean-Pierre Boentges; Jean-Pierre Delvigne; Jenny Portier; Jenny Vandekerckhove; Jef Decraemer; Johan Loy; John Brouwers; Jos Praet; José Maes; Kamiel Vermeersch; Katrien Qualy; Koenraad Levecke (†); Lea Versluys; Leon Jourdain?; Leopold Smets; Liliane Chicau; Liliane Gevaert; Liliane Schreus; Liliane Seys; Louis Aspeslagh (†); Louis Vancleven (†); Luc Blomme; Lucien Geryl; Lucien Samijn; Lucien Tas; Lucienne Verbeke; Lucrese Depoorter; Lucrèse Verlinde; Magda Jonckheere; Magda Ramon; Marc Blomme; Marie-Cecile Vermeersch; Marcel Derdeyn; Marcel Devriendt; Marcel Kimpe; Marcel Vanpaemel (†); Maria Lams (†); Maria Wachtelare; Marie-Claire De Bourderé; Margriet Aspeslagh (†); Mieke Smets; Mireille Vanblaere; Monique Huyghe; Monique Pinon; Myriam Bonny; Nadine Vansevenant; Nadine Vansieleghem; Nelly Maes; Noël Denys; Noël Melis († 2010); Noël Vanlerberghe; Norbert Olders; Norbert Portier; Norbert Vermeersch; Oscar Tas; Patrick Van Molle; Paulette Hollevoet; Paulette Rosseel; Michel Pyck (†); Remi Van Ghelewe (°1937); Rita Hoorens; Rita Poppe; Robert Bertens; Robert De Rooy, Robert Devisch; Robert Tas; Robert Willaert; Roger Casier; Roger De Coster (†30.09.2017); Roger Depoorter (†); Roland Van Loo; Roland Versluys; Ronny Blomme (°1939 - †); Ronny Verlee; Rudy Hoorens; Simonne Samyn; Thérèse Rosseel; Trees Rotsaert; Vera David; Vera Jonckheere; Victor Heschburg; Wilfried Lagrou; Willy Bruyneel (†); Willy Maertens; Willy Verlee; Willy Versluys; x Rosseel; x Dewilde; x Utterwulghe; x Vandenbroucke; x Vanlerbergh; x Vanslembroeck of Van Slembroeck; x Warmoes; Yvette De Jonckheere.

Flor Vandekerckhove