zondag 8 mei 2016

Op de vismarkt

Mocht je dezelfde weg afgelegd hebben als ik, dan zou je begrijpen dat mijn oog blijft vasthaken aan een zin die zegt: An eminent composer and pianist walks into a fish market and starts to play a Chilean protest anthem.’ De zin staat in de NY Times van 6 mei en koppelt godbetert een socialistisch strijdlied aan een vismarkt. Mijn krinkelende winkelende levenspad, waarde lezer, is vreemd genoeg langs beide gepasseerd.
De pianist heet Frederic Rzewski (°1938) en zijn zoon werkt op de vismarkt van Pittsburgh. Hij stelt zijn vader voor om daar eens te komen spelen. Dat doet de oude Rzewski graag, want zijn muziek mag avant-gardistisch zijn, hij wil er ook mensen mee bereiken die niet in de concertzaal komen.
Daar zit natuurlijk een verhaal achter en dat laat me aan de Amerikaanse dichter John Wheelwright (1897 – 1940) denken, een trotskist die modernistische — en dus moeilijke — gedichten schreef. Trotskist en modernist, het levert enige spanning op die ook Frederic Rzewski moet kennen. Hoe koppel je avant-garde aan toegankelijkheid, zonder populistisch te worden? Wellicht heet die spanning Met Vallen & Opstaan.
Frederic Rzewski is een linkse kerel die ooit gedacht heeft dat hij met zijn muziek de wereld zou veranderen. U kunt dat belachelijk vinden, maar dat komt alleen maar doordat u niet in de jaren zestig geleefd hebt. ‘We gingen een heel nieuwe taal creëren’ , zegt hij, ‘waardoor mensen uit verschillende delen van de wereld konden samenkomen en via de muziek met elkaar communiceren.’ Er waren er in die tijd wel meer die zoiets dachten, en ze verschilden van elkaar als Godfried Willem Raes van Jefferson Airplane.
Hoe denkt Frederic Rzewski daar nu, in 2016, eigenlijk over? Kun je met muziek de politiek beïnvloeden? ‘Wellicht niet,’ zegt hij, ‘maar je moet toch schrijven alsof het wel kan.’’ Voilà, zo heb ik ze graag, de lieden die in 1938 geboren zijn. Frederic Rzewski is een revolutionaire optimist en een voorbeeld voor degenen die na hem komen, dus ook voor mij.
Op de vismarkt speelt Rzewski een van zijn bekendste werken, 36 variaties op het socialistische El pueblo unido jamás será vencido, een lied dat alle linkse mensen van mijn leeftijd kunnen zingen, of toch minstens fluiten.
Je kunt Frederic Rzewski zelf op die vismarkt bezig zien, het evenement staat hier op Youtube. Want de oude Rzewski gebruikt niet alleen de vismarkt om zijn ding te doen, hij heeft ook het internet omarmd. Daar stimuleert hij piratenversies van zijn muziek en de bladmuziek krijg je er zo bij. Ha, denk ik dan, zo zijn we en zo blijven we!
Het loont de moeite om naar die muziek op zoek te gaan. Je stoot dan op Coming together, waarin een indrukwekkende tekst verwerkt zit van een Amerikaanse gevangene die, kort nadat hij die tekst geschreven heeft, in een opstand aan zijn einde zou komen. Nog een gevangenislied is De Profundis, op een tekst van Oscar Wilde, waarin de pianist Wildes woorden uitspreekt en… zichzelf slaat.
De titels van Frederic Rzewski liegen er niet om. Een stuk heet Stop the war! Hij maakt overduidelijk politieke muziek, maar een pamflet mag je dat niet noemen. Dat kan je hier zelf constateren.
‘t Is godver spijtig dat de mens intussen al zo oud is, maar kijk, hij heeft inmiddels wel een nieuwe generatie beïnvloed. Daarvan vind ik een mooi voorbeeld. In The Source reflecteert Ted Hearne over de Amerikaanse oorlog in Irak en hij doet het hier door een concrete oorlogsmisdaad aan te klagen. Chapeau!
Flor Vandekerckhove
Een reactie posten