maandag 16 mei 2016

Om ter kortst

— Van l. nr r.: A.L. Snijders, Isaak Babel, Ernest Hemingway, Fenix Fénéon, Franz Kafka, Bertolt Brecht. —

A.L. Snijders heeft de term geijkt, maar hij is er niet de eerste beoefenaar van. Omdat ik ook mezelf in het zeer korte verhaal wil bekwamen ontdek ik gaandeweg degenen die ons in dat genre voorgegaan zijn.
Zo heb ik Isaak Babel leren kennen, een van de weinigen waarvan ik de verhalen herlees, herlees en herlees. In mijn subjectieve beoordeling is Babel de beste schrijver ooit. in een stuk dat niet voor niets Leren schrijven met Isaak Babel heet, heb ik hier al over mijn bewondering voor die mens verteld. Hij schrijft verhalen die soms maar twee bladzijden lang zijn, iets waar ze in het land van dikke Tolstojboeken ongetwijfeld raar van opgekeken hebben.
Misschien heeft Ernest Hemingway het kortste verhaal ooit geschreven. Het dateert van in de jaren twintig: ‘Te koop: kinderschoentjes. Nooit gedragen.’  Slechts vijf woorden (in ’t Engels zes), maar er zijn sindsdien wel duizenden woorden aan gewijd. Waar heeft Hemingway het geschreven? Was er een weddingschap mee gemoeid? Heeft hij het uit de krant gepikt? Is het dan plagiaat? Heeft hij het überhaupt wel geschreven? Meer daarover vind je hier.
Feit is dat al de voorwaarden aanwezig zijn om het een klassiek verhaal te noemen: protagonist, conflict, uitkomst. Het personage in dit verhaal is de persoon die de advertentie schrijft. Het conflict is dat van een ouder die een misval te verwerken krijgt of het overlijden van een kind dat te jong was om die babyschoentjes te dragen. En de uitkomst bestaat erin dat de schoentjes verkocht worden zodat de ouder met zijn/haar leven kan verdergaan.
Het verhaal heeft zelfs school gemaakt. Er is een obscuur genre dat Six-Word Memoirs heet en daar bestaat een bloemlezing van. Daarin staan pareltjes als: ‘I asked. They answered. I wrote.’ en ‘Seventy years, few tears, hairy ears.’ De titel van die bundel is niet te evenaren: Not Quite What I Was Planning. Het leven kan niet beter samengevat worden.
Een ware ontdekking is voor mij ook Félix Fénéon geweest, een Franse anarchist die in 1906 de korte berichten van een krant verzorgt. Hij maakt er parels van: ‘Mevrouw Fournier, M. Voisin, M. Septeuil hebben zich opgehangen: zenuwziekte, kanker, werkloosheid.’ en ‘Brand, boulevard Voltaire. Een korporaal werd gewond. Twee luitenanten kregen op hun hoofd, de ene een balk, de andere een pompier.’ Wie er meer wil lezen, klikt hier.
In 1910 begon Franz Kafka een verhaal te schrijven dat Het verlangen indiaan te worden heet. Ik vind er op 't internet een Nederlandse vertaling van: Als je toch eens een Indiaan was, meteen op je hoede, en op het hollende paard, scheef in de lucht, altijd weer trilde over de trillende grond, tot je de sporen vergat, want er waren geen sporen, tot je de teugels wegsmeet, want er waren geen teugels en nauwelijks het land voor je als glad gemaaide heide zag, al zonder paardennek en zonder paardenhoofd.’ Het verhaal gaat over de kracht van de verbeelding. Het telt, zoals u ziet, een enkele zin. In 1912 was hij ermee klaar.
En nu, in dit pinksterweekend, ontdek ik de zeer korte verhalen van Bertolt Brecht. De protagonist is telkens ene meneer Keuner, soms afgekort tot K. Onder de titel De besten hebben het moeilijk staat dit verhaal: ‘Waaraan werkt u?’ vroeg men meneer K. Meneer K. antwoordde: ‘Ik heb het erg druk, ik bereid mijn volgende vergissing voor.’
En laat me nu verder lezen, want ook ik heb nog tal van vergissingen voor te bereiden.
Flor Vandekerckhove
Een reactie posten