vrijdag 21 februari 2014

Heen en weer


Ze had er schoon genoeg van, van de ruzies thuis, de spanningen, het zwijgen dat net zoals het spreken op verwijten gebaseerd was, de onenigheid waarbij ouders hun kinderen uit het oog verliezen. Ze besloot ervandoor te gaan. Het was haar manier om het haar ouders duidelijk te maken.
Bij het krieken van de dag verliet ze het huis en trok naar de stad. In de winkelstraten vond ze een galerij waar het droog was en gezellig toeven. Niemand lette op het kind, ’t zou nu niet meer mogelijk zijn. Ze kreeg geen honger, ze werd niet moe, ze keek en keek en keek. De mensen liepen voor en achter haar, ze liepen om haar heen, ze liepen in de galerij en er weer uit en namen al haar gedachten met zich mee.
Toen de avond viel waren al haar gedachten in de massa opgenomen. Ze ging weer naar huis. Er waren boterhammen, er was soep en er was spanning. Zij had de dag doorstaan en niemand had iets opgemerkt.
Flor Vandekerckhove
Een reactie posten