zaterdag 26 mei 2018

Zijt ge niet beschaamd

— Mawda Shawri (2016-2018) —
Hij is een mens van veel nuances
De burgemeester
En zijn bedje is gespreid in ’t Stad
Waar hij vanaf het Schoon Verdiep
Wakker als geen ander
Neerkijkt over ’t vlakke land
Dat ’t zijne is.

Zijn blik reikt verder dan deze van de blauwvoet
Vanuit zijn raam ontwaart hij in de verte
Een kamp in Frans Vlaamse duinen
Hij ziet vreemd volk en vettig eten
En wat hij ook ziet is een camionette
Die volop CO2 uitstotend regelrecht
Naar onz’ emissiezones komt gevlamd.

In de laadbak telt hij mensen
Tien twintig dertig zelfs
Ook niet reglementair want overladen
Aan het stuur een mensensmokkelaar
Goed dat ook dat eens schoon gezegd wordt door
Een schone mens vanuit diens schoon gelijk
Vanaf het Schoon Verdiep.    

Hij is burgervader
En daarenboven echtgenoot en vader
Genuanceerd vraagt hij zich als vader af
Wat een vader kan bezielen
Om zijn kind in een frigo rond te rijden
Waar zijn 's mans manieren en waar is zijn verstand
En waar zijn trouwens zijn papieren?       

Maar net als eer valt over ’t Stad
ook heden weer de avond neer
Het Schoon Verdiep dient schoongeveegd
De burgemeester legt de sjerp ter zij
De stonde van de nacht breekt aan
Nergens nog weerklinkt ‘t hoezee
En eenzaam keert de burgemeester naar zijn heem.

Na nog maar eens een slaatje
Vlijt hij zich ter sponde neer
Vergeefs zoekt hij verpozing
Terwijl hij daar met grote ogen wacht
Op de stem die in een mare komt en zegt
Zijt ge niet beschaamd mijnheer de burgemeester
En dan nog eens: zijt ge niet beschaamd.


Flor Vandekerckhove

vrijdag 25 mei 2018

Van de kalender springen

— Jim Harrison (1937-2016) —
Telkens ik een dichter ontdek ga ik in diens oeuvre op zoek naar iets wat ik kan vertalen. Voor wat Jim Harrison betreft valt mijn oog op Calendars (°), een eenvoudig poëem, zij het alleen maar op ’t eerste gezicht.
Van zodra ik me aan ‘t vertalen zet, voel ik dat de woorden ferm veel weerstand bieden. Ik google blue chair en ontdek dat er een baai met die naam bestaat, een café, een hoed, een rum, een lied van Elvis Costello… Waardoor ik me afvraag of ik blue chair wel als blauwe stoel mag vertalen. (Want een Amerikaan die ‘I’m feeling blue’ zegt, zie je ook niet blauw worden hé.)
Misschien, denk ik, staat die blue chair wel voor het plekje waar je je terugtrekt als je het even niet meer ziet zitten. Ik bedenk er iets moois voor: treurstoel. Achteraf laat ik de vondst vallen — kill your darlings! — omdat ik dan geen rekening houd met het kleurenspel dat de dichter in de eerste regel oproept. Dus houd ik het bij een letterlijke vertaling, want een blauwe stoel bestaat natuurlijk ook wel.
(En dat was dan nog maar het eerste deel van de eerste zin.)
Flor Vandekerckhove

Kalenders
Eens te meer in de blauwe stoel voor de groene studio
weer is er een jaar voorbij, zegt men, maar kalenders liegen.
Ze zijn een soort kosmische kantoormachines zoals
hun uurwerkenneefjes maar ze breken af op ongelegen tijden.
Vijftig jaar geleden leerde ik om van de kalender te springen
maar ik bleef er weer naartoe getrokken worden omwille
van hebzucht en mijn blijvende stompzinnigheid.
De laatste tijd ben ik almaar langer en langer ontsnapt
aan die fatale vierkanten met hun vlijmscherpe nummers.
Ik moest het stromende water worden dat ik al ben,
terugvallen in de menselijke maat teneinde
ze niet bang te maken mijn kinderen, kleinkinderen, honden en vrienden.
Onze oude kat trekt het zich niet aan. Hij likt het water waar mijn gezicht eerst was.
Mijn vertaling


Calendars
Back in the blue chair in front of the green studio
another year has passed, or so they say, but calendars lie.
They’re a kind of cosmic business machine like
their cousin clocks but break down at inoppormne times.
Fifty years ago I learned to jump off the calendar
but I kept getting drawn back on for reasons
of greed and my imperishable stupidity.
Of late I’ve escaped those fatal squares
with their razor-sharp numbers for longer and longer.
I had to become the moving water I already am,
falling back into the human shape in order
not to frighten my children, grandchildren, dogs and friends.
Our old cat doesn’t care. He laps the water where my face used to be.
Jim Harrison


(°) Calendars maakt deel uit van Jim Harrisons bundel In Search of Small Gods. Copper Canyon Press, 2010.

woensdag 23 mei 2018

MacGuffin

— Om een goeie 'noir' te schrijven heb je eerstens
een antiheld en een femme fatale nodig.—
Ze kwam mijn kantoor binnen en vroeg me op de man af: ‘Bent u een hardgekookte detective?’ 
Omdat ik niet van gisteren ben, begreep ik dat ze op zoek was naar iemand als Philip Marlowe, een collega-speurder die de geschiedenis van de pulpliteratuur ingegaan is met het adjectief hard-boiled.
‘Wel,’ antwoordde ik lachend, ‘ik heb toch al een gleufhoed’. Eerlijkheidshalve voegde ik eraan toe: ‘maar wat u in mijn glas ziet heeft alleen de kleur van whisky, het is koude thee.’
Dat laatste, zag ik, deed haar twijfelen. Toch ging ze op de rand van mijn bureau zitten en zei: ‘Mijn naam is MacGuffin en ik ben hier om dit verhaal op gang te trekken.’
MacGuffin zag eruit alsof ze in haar jurk gegoten was. Ik moest denken aan een citaat dat zei: Ga Hier Niet Op In. Was het Raymond Chandler die dat geschreven had? Ik dacht van niet. Dus vroeg ik: ‘Kan ik u hierbij helpen?’
Ze zei: ‘Ik wil van u weten hoe ik een zeer kort zwart verhaal kan schrijven.’
Ik begreep dat ze een noir op ’t oog had. Ik schonk ons beiden een glas koude thee in en zei: ‘Wel, je hebt alvast twee personages nodig: een antiheld en een femme fatale.’
‘Dat laatste kan ikzelf wel leveren,’ zei MacGuffin en ze kruiste haar benen, ‘maar waar vind ik een antiheld?’
‘Mevrouw MacGuffin,’ zei ik, ‘wat ik ambieer is een luxueus leven en een uitpuilende bankrekening. Maar wat ik heb is een hoed en een blaffer. Volstaat dat als antiheld?’
‘We zullen zien,’ zei MacGuffin. ‘Heeft het genre beperkingen?’
‘Beperkingen zijn er zeker’, antwoordde ik, ‘je moet bijvoorbeeld de terminologie respecteren. Je moet hard-boiled zeggen en niet hardgekookt, je zegt noir en niet zwart. Dat komt,’ voegde ik eraan toe, ‘doordat elke taal eigenheden heeft die niet zomaar vertaald mogen worden, zoals bijvoorbeeld het Amerikaanse FUCK YE. Je mag dat in ’t Vlaams niet als POEP JE vertalen hé, dat slaat nergens op. Hetzelfde geldt voor het Franse Nom de Dieu de putain de bordel de merde de saloperies de connard d'enculé de ta mère! Begin er maar eens aan.’
‘Ja, dat begrijp ik’, zei ze. Ze stond op.
‘Heu, ga je nu al weg?’ vroeg ik teleurgesteld.
‘Ja,’ zei ze, ‘want het moet een zeer kort verhaal blijven.’ Waarna MacGuffin me verweesd achterliet. 
Pas nadat ik drie volle glazen koude thee achterovergeslagen had, kon ik me weer vermannen. Ik ging naar huis, waar mijn echtgenote me opwachtte met Gentse Stoverij, ook iets wat je niet zomaar mag vertalen hé.

Flor Vandekerckhove

maandag 21 mei 2018

De grote peniskap

— Afgekapte penis in mijn bezit. Let wel, alleen de meter is van Vandenbulcke. —   

Op zaterdag 19 mei meldt de krant me dat iemand alhier een kist vol afgekapte marmeren penissen gevonden heeft. (°) Wat de krant niet schrijft, lees ik wel op de site van de vrt: Verschillende bronnen bevestigen ondertussen dat het hier gaat om een onderdeel van het kunstproject en dat het dus niet gaat om een "opmerkelijke vondst".’ 
De vinder vermeldt wel een historisch feit: ‘In de 15de en de 16de eeuw werden die vaak verwijderd omdat ze naakt niet meer tolereerden. Ze werden vervangen door een vijgenblad.’ En ook: ‘De meeste van die penissen worden naar het schijnt opgeslagen in het Vaticaan, achter slot en grendel.’
Opgeslagen penissen in het Vaticaan? Daar moet Verberckmoes, historicus van de KU Leuven, hard om lachen: ‘Na het concilie van Trente hebben geestelijken wel traktaten geschreven over naakte beeltenissen. Maar een algemene verordening dat penissen afgehakt moesten worden of bedekt met een vijgenbad, die is er nooit geweest.’
Nochtans meen ik me een reportage te herinneren die een indrukwekkend grote ladekast in het Vaticaan toont, met in elke schuif een afgekapte penis, met telkens ook een kaartje dat vermeldt welke penis bij welk beeld hoort.
— 28 juli 2013. Peter Holvoet-Hanssen
overhandigt me in Oostende de afgehakte
penis (zie pijl). Foto Benny —
Nu weet ik wel dat mijn geheugen me danig parten kan spelen, maar sinds Rik Torfs daar rector geweest is weet ik ook wel dat er aan die universiteit lieden rondlopen die om ’t even wat beweren.
Mijn geheugen vindt trouwens steun in een webartikel dat heet Michelangelo slachtoffer van de Piemel-Politie van het Vaticaan: Ergens in de krochten van de Vaticaanse Musea moet een kamer zijn waar alle afgehakte piemels worden bewaard. Deze kamer is één van de meest mythische plekken van het Vaticaan.’
Ah, ik had aan deze peniskwestie geen aandacht gegeven, ware het niet dat ook ik thuis een afgekapte piemel liggen heb. ’t Is een ferm stuk en er hangt een verhaal aan vast.
In 2013 viert Het Visserijblad zijn 80-jarig jubileum. Bij die gelegenheid overhandigt dichter Peter Holvoet-Hanssen mij, uitgever van dat tijdschrift, een cadeau. Het betreft een… afgekapte penis die hij op zijn beurt gekregen heeft van iemand uit, denk ik, het inmiddels opgeheven Scheepvaartmuseum van Antwerpen.
Een relict van de piemelpolitie? Wie zal ’t zeggen? Wat ik wel weet is dat het stuk nu tot mijn erfgoed behoort en dat ik blij ben dat ik het hier enigszins heb kunnen documenteren. Mijn nageslacht stelt zich zo al vragen genoeg over de vreemde man die hun vader is; wie weet wat ze zich anders bij die penis hadden voorgesteld?!
Flor Vandekerckhove


(°) De Morgen, 19 mei 2018: Raadsel in Diest: vanwaar komt kist vol penissen?

zaterdag 19 mei 2018

1956: naar Melsbroek


Oude schoolfoto’s! Het zijn beelden die ons sputterende geheugen telkens op gang trekken. De Laatste Vuurtorenwachter heeft er al menig gesprokkeld, en zodoende uit de vergetelheid gered. Nog blijkt de voorraad niet uitgeput. Dit beeld van een schoolreis van het wijkschooltje van Bredene-Duinen kreeg ik toegestuurd van Rob Tas. Hij wist erbij te melden dat de foto van 5 juni 1956 dateert en dat de tocht naar Melsbroek ging, alhoewel hij achter dat laatste een vraagteken plaatst. Het vliegtuig lijkt hem gelijk te geven, althans in deze zin dat het overduidelijk niet de Meli is, evenmin de Kemmelberg of de Lac van Loppem. Hij kon zich ook meteen acht namen herinneren.
Ik stuurde de foto door naar enkele 70-plussers en gaandeweg geraakten we aan meer namen. Vooral het geheugen van Marc Blomme mag indrukwekkend genoemd worden.
Ik vermeld ze hieronder en deze die in 't rood staan kun je aanstippen; het systeem leid je dan naar andere plekken in de blog waar eerder al iets over de mens in kwestie vermeld werd. Mochten er nieuwe namen aan de lijst toegevoegd worden — wat ik hevig hoop — dan plaats ik die in ’t blauw. Wat je toelaat over pakweg een maand dit stukje nog eens op te roepen en te kijken of we intussen al iets wijzer geworden zijn.

De jongste gegevens: 1. Robert Willaert; 2. François Danekint; 3. Gilbert Vanleenhove; 4. Kimpe; 5. Kamiel Vermeersch; 6. Robert Vanleenhove; 8: Bernard Deputter; 9: Johan Loy; 10: Ivan Cornelis; 11: Freddy Neyrinck; 14: Robert Billiet; 15: Eric Maertens; 16: Henri Decoo; 18: Jan Poppe; 19. Hubert Steen (?); 20: Fernand Vanhille (?); 24: Roland Decouter; 26: Fernand Tas; 27: Marc Blomme; 30: Marcel Tas; 31: Ronny Verlee; 32: Willy Vanthuye; 33. Daniël Vanthuyne; 34: Rob Tas; 35: Willy Storme; 37: Willy Verlee; 38: Jef Wachtelaere; 39: Bernard Warlop; 40: Axel François; 41: Laurent Vanacker; 43: Cyriel Geerssens; 44: Albert Blomme; 45: Freddy Rotsaert; 46: Henri Mestdagh a.k.a. pater Mestdagh; 47: Robert De Roy; 48: Fernand Rosseel.
Zoals je ziet: er ontbreken nogal wat namen. Hieronder probeer ik de jongens iets duidelijker te tonen. Ik sluit dit stukje dan ook af met een warme oproep: wie meer weet enzovoort.

Flor Vandekerckhove.

vrijdag 18 mei 2018

Over het overwinnen van mijn reisweerzin


Elk jaar trek ik erop uit; naar Frankrijk, 1100 kilometer ver, tot op een berg. Altijd dezelfde reis. Altijd dezelfde berg. Of die berg een naam heeft is onduidelijk, maar de top ervan heet Puèg del Borion. We bevinden ons in de Languedoc, waar de dingen Occitaans zijn. Puèg spreek je uit als piëche; borion is een verkleinwoord van bòria, hoeve.
Op die berg heb ik een huisje overgehouden uit de tijd dat ik jong & dynamisch was en de koterijen dermate goedkoop dat zelfs ik er een kon kopen. Daar trek ik nu jaarlijks heen, mijn reisweerzin overwinnend omdat een reis naar je eigen huis nauwelijks zo genoemd mag worden. 
Elk jaar is ’t weer hetzelfde en elk jaar is het toch weer anders. Er is een jaar geweest dat het aan de Puèg del Borion zo koud was dat ik alleen maar het bed uitkwam om hout te zoeken, te kappen en te stoken, waarna ik met kleren en al weer in bed dook.
Er was een jaar waarin ik op de radio avond na avond naar de Ring des Nibelungen geluisterd heb, negentien uur muziek met teksten in een taal die ik niet begrijp, voorafgegaan door inleidingen in een andere taal die ik evenmin begrijp. Achteraf heb ik de betreffende CD’s gekocht om er nooit meer naar te luisteren. 
Onvergetelijk is ook het Jaar van de Slang! Sindsdien komt er nog maar weinig volk op bezoek. 
Er is een jaar geweest dat ik van daar uit een uitstap naar Lourdes ondernomen heb. Sindsdien ben ik een liefhebber van die stad geworden, ook omdat ik er getuige geweest ben van menig mirakel.
Er is een jaar geweest dat mijn auto er onderweg de brui aan gaf en sindsdien heb ik geen wagen meer en daardoor geld te over. Ja, dat zijn ferme avonturen. Maar meestal gebeurt er niets, en ook dat is telkens weer een avontuur.

Flor Vandekerckhove

dinsdag 15 mei 2018

In scène gezet of niet

— Ruth Orkin. An American Girl in Italy. (1951) —   

In 1951 maakt Ruth Orkin (1921-1985) een foto die haar — en ook de vrouw op de foto — wereldberoemd zal maken. Van het beeld wordt in 1980 een massaal verkochte poster gemaakt. Hij hangt hier ook in een café om de hoek.
Ik ben er altijd van uitgegaan dat het een geënsceneerd beeld betreft. Er staan net iets te veel lummelende mannen op en ze kijken net iets te gretig naar deze American girl in Italy.
De gefotografeerde vrouw heet Ninalee Craig (°1927) en is nu overleden. Waardoor de foto weer in de actualiteit staat. In de krant lees ik dat zowel model als fotografe altijd hebben volgehouden dat het beeld niet in scène gezet werd. Wel was er een tweede doortocht door het testosteronstraatje nodig. De blik van al dat mansvolk is niet geënsceneerd. 
Bekijk dat beeld nog eens en zeg me na: ’t blijft moeilijk om te geloven. Wat weer eens aantoont dat kunst per definitie de mogelijkheid in zich draagt om ‘verkeerd’ — beter gezegd: 'anders' — geïnterpreteerd te worden.
Pakweg tien jaar geleden lees ik in de krant de recensie van een roman. Een sepiakleurige foto illustreert het stuk. Straat in de stad. Jonge vrouw passeert in bikini. Over haar schouder ligt een handdoek, ze draagt een picknickmandje. Haar schoonheid dateert van voor de tijd dat meisjes uitgehongerd werden. Ze lacht de fotograaf blijmoedig toe, terwijl ze vlak in de lens kijkt. Het is de lach van een zelfverzekerde jonge vrouw, trots op haar lichaam dat gezien mag worden.
— © H. Armstrong Roberts/ClassicS. —    
Ik heb die foto uitgeknipt en aan het prikbord in mijn bureau opgehangen. Hij hangt daar nog en ik heb hem nu, ter wille van deze blogpost, zelf gefotografeerd, want er is wel veel materiaal van H. Armstrong Roberts op ’t internet te vinden, maar dit beeld is daar niet bij. Spijtig, want het krantenknipsel aan mijn prikbord is verkreukeld, wat het beeld geen deugd doet.
In scène gezet? Zelf woon ik aan de kust en het is me nog maar zelden overkomen dat ik een jonge vrouw even parmantig als halfnaakt door een drukke straat, vol met voor de rest alleen maar gekleed volk, zie wandelen. Bovendien: alles is perfect aan die vrouw, tot en met het picknickmandje. Dus ja, het lijkt opgezet spel.
Toch twijfel ik. Tegen de muur staat een jongeman in een zomers pak. Daarnet was hij nog rustig zijn krant aan ’t lezen. Maar nu niet meer!  Evengoed als de passerende vrouw de lens van de fotograaf aantrekt, lijkt de vrouw de blik van die man aan te trekken.
Maar… er is iets vreemds in de manier waarop hij kijkt. Zijn blik vind je bij geen der mannen op An American Girl in Italy. Deze man kijkt niet geil, wellustig, viriel of opdringerig. Hij kijkt zelfs niet verblijd bij het zien van zoveel schoonheid.
Op mijn afdruk is het niet zo goed te zien, maar in de krant is het dat al iets beter. De man lijkt geboeid door wat wij niet zien. Meer dan alleen maar die vrouw houdt hij het totale gebeuren in ’t oog: de confrontatie tussen model en fotograaf. Dus nogmaals: in scène gezet?

Flor Vandekerckhove

maandag 14 mei 2018

Polleke groet ’s morgens de dingen (°)



dag auto’s op een rij in de straat vroem
                                         vroem vroem
dag vensterbank naast de tafel
dag vensterraam naast de tafel
dag vogelke-flap met de bek
                    en
dag vogelke-flap met de vlerk
              bek en vlerk
         van het vogelke-flap
                goeiendag

DAA-AG VOGEL
Dag lieve vogel
Dag kleine vogelijn mijn

            
Flor Vandekerckhove


(°) Het is wellicht overbodig om dat te melden, maar ik doe het toch: gebaseerd op Marc groet ’s morgens de dingen van Paul van Ostaeijen.