zondag 6 augustus 2017

De nekker van de Nukker

— Schermafdruk van Google Street View. —   

Je kent de uitdrukking: een goed verhaal bestaat uit tien procent inspiratie en negentig procent transpiratie. Dat komt doordat de inspiratie gewoon op straat te rapen valt. Je moet je alleen maar bukken.
Bob Dylan zegt dat zo: ‘Verderop krabde een vent in een leren jasje het ijs van de voorruit van een met sneeuw bedekte zwarte Mercury Montclair. Achter hem snelde een priester in een purperen gewaad over het kerkplein door een geopende poort op weg naar een heilige taak. Daar in de buurt zeulde een jonge vrouw, blootshoofds, gelaarsd, een tas met wasgoed door de straat. Er waren een miljoen verhalen, gewoon alledaagse New York-dingen, als je er oog voor had. Het lag altijd recht voor je neus (…)’ (°)
Deze woorden indachtig begeef ik me op pad. Van de Duinen gaat het via ’t Dorp naar de Fritz Vinckelaan en vandaar naar de Nukkerbrug, waar ik, naast het water van de Noord-Ede, de Nukkerstraat neem.
Moeite kost het me nauwelijks. Dank zij Google Street View moet ik geeneens uit mijn zetel komen. En kijk, daar ligt ze al te rapen, de inspiratie.
Ter hoogte van de apotheek ontwaar ik een duister personage. Ik neem een schermafdruk en, hopla!, de tien procent inspiratie is binnen.
Nu begint het serieuze werk. Wie is deze figuur? En waarom zie ik hem juist daar, in de Nukkerstraat?
Laat me eens kijken; Nukkerwijk, Nukkerbrug, Nukkerstraat… Wat betekent al dat genukker eigenlijk? Waar komt dat vreemde woord vandaan?
Het zijn vragen die me regelrecht naar de negentig procent transpiratie leiden. Want om meer te weten moet ik me naar de heemkring Ter Cuere begeven. Niet via de virtuele wereld van Google Street View, maar in real life, in weer & wind, al stampend, met mijn velo.
In het heem is het erg druk. Jef Stroobant,  Raymonde Schram en Roland Vanmassenhove zijn met stoelen in de weer. Ik toon de schermafdruk en vraag naar hun mening. Roland meent Zorro te herkennen en Jef vermoedt dat het om een lookalike van Bobbejaan Schoepen gaat; Raymonde raadt me aan om het aan Willy Degoe te vragen.
Willy wijst me er eerst op dat ik vergeten ben mijn lidgeld te betalen en nadat ik dat geregeld heb haalt hij een tekst van de volkskundige auteur Karel Clybouw uit de kast, waarin, zo verzekert hij me, ik alles zal vinden wat ik zoek. (°°)
— De Nukkerbrug vooraleer hij in 1959 vernieuwd en
verbreed werd. Aan de overkant van de Noord-Ede zien
we rechts het ook al in 1881 bestaande 'Estaminet De
Nukkerbrug'. Over de herkomst van het woord
estaminet 
staat hier een interessant verhaal. —
Dat is niet eens overdreven. Clybouw onderzoekt alle mogelijkheden van het woord nukker. Een ervan trekt mijn aandacht.
In 1931 kopieert onderwijzer Clybouw een niet ondertekend oud handschrift: ‘In Vlaanderen was eertijds de Nekker of Waterduivel aanzien als een nachtzwervend dier, gelijkenden aan eenen wangedrocht dat traagzaam liep rond den reiger in de nabijheid van waterloopen, en een gerucht miek gelijkende aan een gerammel van ketens. Het bijgeloof aan den Waterduivel was sterk ingeworteld bij ons volk gedurende de XVII en XVIII eeuwen. De Nukkerbrug te Breedene had vroeger ook eene droevige beroemdheid bij onze inwoners en de dorpelingen vreesden dezen gevaarlijke weg des nachts te moeten voorbijkomen. Het volksgeloof zag in den weerwolf of waterduivel eene vervloekte ziel, veroordeeld om des nachts op de aarde rond te dolen, of ook nog was het een schepsel, verbonden door zekere overeenkomst aan den duivel voor een tijdperk van zeven jaren. Hij ontving voor loon een plaket (16 cents) daags, maar indien hij zijnen dienst niet getrouw vervulde, werd hij geweldig overladen met stokslagen. (…)’
Nekker wordt nukker. De waternekker! Ik had het moeten weten, want ik heb hier eerder al iets over deze kwelgeest geschreven. Meer zelfs, ik heb er daar al een eigen verhaal aan gewijd.
Heb ik in de Nukkerstraat de waternekker a.k.a. de nukker gezien? Wie zal ’t zeggen?! En nu de slotvraag: is dat een portootje waar hij aan nipt?
Flor Vandekerckhove

(°) Bob Dylan. Kronieken. Amsterdam Nijgh & Van Ditmar. 311 pp.
(°°) Karel Clybouw. Noord-Ede, Nukkerbrug, Nekkers. Wahrheit und Dichtung. In Jaarboek 1981 van heemkring Ter Cuere.

Een reactie plaatsen