dinsdag 4 juli 2017

De vierde man


— Op het internet vind ik een hedendaagse foto van het plein. Ik zet hem naast de foto die ik indertijd gemaakt heb. Het lijken wel verschillende werelden te zijn, maar de chique papeterie die je op de rechterfoto ziet, is wel degelijk in het pand gevestigd waar eertijds het Marc Aurel Café was. —


Veel mensen vinden dat ik maar een norse man ben en dat komt waarschijnlijk wel doordat ik dat inderdaad ook ben. Ik heb altijd wel een reden om reünies en feestjes te ontwijken, dichte vriendschappen zijn aan mij niet besteed, ik ben een eenzaat, een eenling, een einzelgänger.
Ben ik altijd zo geweest? Ja en neen. Ja, ik ben niet op de wereld gezet om veel te socialiseren. Toch heb ik geprobeerd daar iets aan te doen en er is ook een korte tijd geweest dat ik daar min of meer in geslaagd ben. In mijn memoires staat die tijd geboekstaafd als deze van de vierde man.
Daarover wil ik je iets vertellen, ook omdat de mensen waarmee ik toen gesocialiseerd heb inmiddels enigszins beroemd geworden zijn.
In die jaren woon ik op de Hoher Markt, een erg naargeestige buurt. Rond het plein resten nog sporen van de oorlog, er is veel leegstand en nauwelijks straatverlichting.
Het is een tijd waarin ik als pulpauteur aan de bak kom. Ik verkoop mijn manuscripten voor twee keer niets aan duistere uitgeverijtjes die ze onder een pseudoniem publiceren. Ik kan er nauwelijks van leven, ik woon onder het dak, in een mansarde.
Eten doe ik in die tijd maar een keer per dag. ’s Avonds trek ik daarvoor naar het goedkope restaurant van Anton Karas. Die is inmiddels overleden, maar ook hij is erg bekend geworden, zijn citermuziek klinkt ook jou nu nog bekend in de oren.
In Karas’ restaurant leer ik Holly Martins (†1994) kennen, een Amerikaanse schrijver van cowboyverhalen. Da’s pulp, en bijgevolg mag ik Martins een collega noemen. We geraken aan de praat en er ontstaan een milde vorm van vriendschap.
Er ontstaat ook een gewoonte. Na het eten vergezelt Martins me naar de Hoher Markt. Aldaar drinken we in het Marc Aurel Café nog een slaapmutsje. Van het een komt het ander. Ik leer er enkele mensen kennen. Net als Martins blijken dat stevige kaartspelers te zijn. Ze zoeken een vierde man en ze leren me manillen.
— Anton Karas —
Alle vier hebben we met elkaar gemeen dat we een uitzichtloos leven leiden. Holly Martins en ik zijn pulpschrijvers, dat zegt genoeg. Verder is er de waard die we als Marc Aurel aanspreken. Dat is niet zijn echte naam, want het schaars beklante café luistert naar de naam van een straat die op dat plein uitkomt, de Marc Aurelstraat. Hoe de waard echt heet weet niemand, hoe hij de eindjes aan elkaar knoopt evenmin. Er is ook een vrouw. Anna Schmidt (†2006) is een danseres die na elk optreden een kaartje komt slaan. Nu ze ouder wordt vraagt ze zich af hoe het met haar leven verder moet.
Hoe lang heeft mijn sociabiliteit in dat gezelschap geduurd? Niet lang, want onze kaartclub is niet bestand gebleken tegen de onverwachte gebeurtenissen die zich in dat café voordoen.
Terwijl we op zo'n nacht aan ’t kaarten zijn gaat de achterdeur open en daar verschijnt plots een Orson-Welles-achtig personage, waarin mijn drie medespelers meteen onderwereldfiguur Harry Lime herkennen. Die Lime staat nog maar in 't deurgat wanneer het hem duidelijk wordt dat hij in een val aan ’t lopen is. Ik hoor fluitsignalen, geroep en gestamp van laarzen. Lime gaat er meteen weer vandoor. Een indrukwekkende politiemacht stormt het café via de voordeur binnen en langs de achterdeur buiten. Lime probeert via het riolenstelsel onder de stad te ontkomen.
Hoe het met die Harry afloopt kan ik je niet vertellen, want dan moet ik het ook over de latente relatie van mijn kaartmakkers Holly Martins en Anna Schmidt hebben. En daarna zou ik dan ook nog over de breuk tussen die twee moeten vertellen. Weet evenwel dat daar een film over gemaakt werd. Een van de mooiste ooit trouwens, een aanrader.
Flor Vandekerckhove



Een reactie plaatsen