zaterdag 28 januari 2017

Weer of geen weer


‘Aan de kust woedt niet alleen maar storm. Achteraf woedt over die storm ook telkens een debat. In dat woordgevecht staan toeristenlokkers en weersvoorspellers tegenover elkaar.’ Zo vangt de column aan die ik verleden week in het regionale weekblad De Zeewacht publiceerde. Ik liet me ervoor inspireren door de januaristorm.
Stormachtige debatten over het weer hoor ik hier al sinds mijn kindertijd. Dat komt uiteraard doordat het weer erg bepalend is voor degenen die er werken. In mijn imaginair geschiedenisboek staat het alzo: ‘Zij leefden van het toerisme en van de visvangst.’ Dan weet je wel dat het weer van groot belang is.
Een bericht dat goed weer voorspelt lokt toeristen. Een voorspelling van slecht weer houdt ze weg. Dat kan het verschil maken tussen een vol en een leeg hotel, een inkomen en het gebrek eraan, betaalde rekeningen en een faillissement… Da’s geen kattenpis. Een weerman die verkeerdelijk storm voorspelt doet er goed aan zich enkele dagen niet op de kaaien te vertonen, zo was het vroeger en zo is het nu nog steeds.
Voor wie ter visserij vaart geldt het des te meer. Voor die mensen is het weer letterlijk een kwestie van leven en dood.
Ik ging op zoek naar een indrukwekkend voorbeeld en stootte op een drama.
'Op 18 juli 1924 waait er een zwoel briesje. De schepen zijn in zee, zo ook de O.18. Het begint te regenen. Isidoor Pieters kan nog net zeggen dat het een buitje is of daar slaat een enorme golf over het schip. Het zachte zomerweer slaat om in een orkaan. August Seys en Charles Hubrecht klampen zich vast, maar Pieters gaat over boord. De motor staat onder water. Hubrouck hijst de noodvlag. De mannen kunnen hun maat niet redden. Het duurt tot 25 juli vooraleer zijn lijk op het strand van Heist aanspoelt.
Opgeschrikt door de orkaan gaan veel vrouwen de pier op om te kijken hoe hun mannen het er vanaf brengen. Ook de vrouw van Isidoor Pieters gaat naar de zee kijken. Ze ziet hoe de halfgezonken O.18 erin slaagt de haven te bereiken. Gerustgesteld loopt ze naar de steiger. De vissers hoeven haar niets te zeggen, ze ziet aan hun mimiek wat er gebeurd is en verliest het bewustzijn.
Niet alleen Pieters verliest die dag het leven. In de branding slaat de O.16 om. Henri Verbiest kan tot bij het staketsel zwemmen en zich daar aan een paal vastklampen. Vader Charles verdrinkt. Zijn lijk spoelt op 22 juli aan op het strand van Klemskerke. Dezelfde dag verdrinken ook nog Basiel en Gerard Blommaert, Charles Jonckheere, Julien en Maurice Poitier, Leon Locquet, August Remaut, Gerard Maldeghem en Jacques Eyland.'
Die Zeewachtcolumn wordt veel gelezen en er wordt ook veel op op gereageerd. Deze week krijg ik respons van de Bredenaar Daniël Eyland.
De omgekomen visser Jacques Eyland blijkt een oudere broer van zijn vader te zijn. Daniël leidt me naar een krantenartikel over de nasleep van dat drama.
Koningin Elisabeth brengt kort na de storm een bezoek aan de getroffen families. Dat is zo onverwachts dat Paulina Maldeghem, weduwe van de omgekomen Basiel Blommaert niet thuis is ‘en den auto vertrok zonder dat iemand iets gewaar geworden was.’
Zo’n koninklijk bezoek blijft uiteraard niet onopgemerkt en tegen de tijd dat de koningin bij de tweede weduwe aanklopt staan daar al honderden toeschouwers: ‘De automobiel kwam daar toe en stopte aan numbero 1, waar in een kamertje de weduwe woont van Louis Vanbesien, Paula Koten, met haar jongetje van 2 jaar en haar meisje van 1 jaar. De koningin toog naar de stagie gelijk eene die ’t alle dage doet (…)’
En zo bezoekt de koningin ook de weduwe van Gerard Blommaert en Gerard Maldeghem. ‘Nu was heel de kaaie op spriet: de mannen van de sloepen, de schiptjes en de bootjes waren bijgesprongen, de geernaarsvrouwen liepen al niet vele achter de vangsten, want de Koninginne kwam alle dagen niet en de kinders liepen tusschen de beenen gelijk muizen in ’t meel. Hare majesteit had er zelve leute mee (…)’
Zo trekt de stoet verder door het visserskwartier om nabestaanden te troosten. Als laatste komt Irma Leyers aan de beurt, weduwe van de omgekomen Jacques Eyland, Ze woont ‘in ’t Verlorenstraatje met haar kinderkens, een van 2 jaar en een van eenige maanden’.
Om 11,30 uur is het vorstelijk bezoek afgelopen. Het had veel indruk gemaakt ‘en de menschen toch zoo kontent gesteld want op de kaaie hoort men niet anders meer spreeken van de keuninginne en van deze die haar een handje hebben kunnen geven, wel te verstaan met een vischreukske er bij.’ En het krantenstuk legt er in de slotzin nog een schep bovenop: LEVE KEUNINGINNE ELISABETH !
Flor Vandekerckhove
Een reactie posten