maandag 17 oktober 2016

Op zoek naar de zang- en dansman in mezelf

— 9 april 2012. Het koor Sibaris brengt, onder leiding van Dirk Ooms, het Visserslied ten gehore. Tekst Flor Vandekerckhove, muziek Marc Celis. (Eigen foto) —

‘For us there is only the trying, the rest is not our business.’ (T.S. Eliot)

We vernemen het nieuws terwijl we uit Frankrijk naar huis terugkeren: Bob Dylan heeft de Nobelprijs voor literatuur gewonnen. De hond schrikt wakker van onze juichkreten.
’s Anderendaags is het krantennieuws. De Morgen kopt: De zang- en dansman die ook schrijver bleek. In die krant lees ik ook dat de toekenning in het schrijversgild een discussie genereert. Jeroen Olyslaegers vindt dat Dylan die prijs niet had mogen krijgen. Wat Dylan doet is fantastisch, zegt hij, maar het is geen literatuur. Saskia De Coster staat aan de andere kant van de barrière: ‘Natuurlijk is wat Dylan doet literatuur. Hij komt de literatuur alleen via een andere weg binnen — via de muziek.’
Wat me van Frankrijk, over Stockholm, naar Bredene brengt met de vraag of mijn eigen oeuvre al dan niet tot de literatuur gerekend mag worden. Zelf heb ik daar eerder al een antwoord op bedacht, maar nu Robert Zimmerman de Nobelprijs mee naar huis neemt, begin ik te twijfelen. Ik ontwaar namelijk enige overeenkomsten tussen Dylan en mezelf. 
— Noël Warmoes (rechts) en Flor Vandekerckhove tijdens
hun never ending tour. (Eigen foto) —
Heb ik dan, zo vraagt u zich af, ooit al eens een liedtekst geproduceerd? Ja, dat heb ik wel degelijk: een visserslied waarvan de naam luidt: Visserslied. De strofen zal ik u besparen, maar het refrein luidt: ‘Wij gaan nog wel een tijdje mee,/ we stoppen pas als ouwe pee.’
Is dat literatuur? Olyslaegers mag zijn bedenkingen hebben, maar die woorden zijn door Marc Celis wel op muziek gezet. In 2012 werd het lied tijdens de Zeeliedenhulde in Oostende ook uitgevoerd. Het contrast tussen de ernst van Celis’ muziek en de liederlijke inhoud van mijn tekst was overigens interessant genoeg om het werk daarna nooit nog door iemand te horen zingen.
Ik zie nog overeenkomsten. Dylan is bezig met een never ending tour. Met mijn vissersverhalen kom ook ik al eens op een podium te staan en het ziet ernaar uit dat daar evenmin een einde aan komt, want er ligt hier al een vraag uit Koekelare om aldaar in november 2017 (!) op te treden.
Tijdens zo’n optreden durf ook ik al eens een lied — maar niet bovenvermeld Visserslied — aan te heffen, wat de Bob toch ook doet. En waar hij zich door een band laat begeleiden, is dat bij mij de onvolprezen accordeonist Noël Warmoes. Bob Dylan noemt zichzelf een song- and danceman. Zelf zou ik me nooit een dansman noemen, maar Noël komt daar toch wel voor in aanmerking, vind ik.
Tot zover de overeenkomsten. Er zijn ook verschillen. De Nobelprijs voor literatuur zal ik nooit winnen. Een andere prijs trouwens evenmin. Dat weet ik wel zeker, want ooit heb ik een roman (deze hier) ingezonden die mijns inziens in aanmerking kwam om de Prijs voor de Letterkunde van de Provincie West-Vlaanderen binnen te rijven. Het enige wat ik eraan overgehouden heb is een grondige afkeer van provincies in het algemeen en van die waar ik woon in het bijzonder. 
Flor Vandekerckhove




Een reactie posten