vrijdag 21 oktober 2016

Het verhaal van de religie

— (1) Grote tempel van de Eglise Réformée Evangélique(2) katholieke kerk, (3) kleine tempel van de Eglise Evangélique Libre(Eigen foto’s) —

In het Franse bergdorp waar ik mijn vakanties doorbreng staan twee protestantse kerken en één katholieke. Is dat niet merkwaardig veel voor een uithoek waar nog geen duizend mensen wonen?
Het heeft uiteraard met de geschiedenis te maken. In 1851 woont daar meer volk. In het dorp wonen dan 2726 inwoners. Driekwart zegt van zichzelf dat het calvinist is, terwijl maar een kwart verklaart katholiek te zijn. In de streek is dat een unieke verhouding.
Wellicht heeft het dorp tijdens de godsdienstoorlogen, vanaf 1562, veel vluchtende protestanten opgevangen. Op de website van de gemeente luidt het als volgt: ‘Lange tijd afgescheiden van de verbindingswegen, alleen te bereiken via muilezelpaden, wordt Vabre een gastvrije plek waar mensen welkom zijn, een schuilplaats, een oord van verzet en non-conformisme.’
Misschien wordt het ook verklaard door de aanwezigheid van een kleine kern van textielfabrikanten, een burgerij met contacten die tot in Parijs reiken. Waardoor die bourgeoisie open staat voor nieuwe ideeën en dus ook voor het protestantisme. Ze brengen het nieuwe geloof mee naar het dorp, waar het door de bevolking gedeeld wordt.
Hoe dan ook, in de negentiende eeuw is omzeggens heel de burgerij van dat dorp protestant. In die tijd woont daar maar één katholieke bourgeois: de vrederechter. Ook in de gemeenteraad zetelt er maar één die zich tot het katholicisme bekent.
De grote tempel van de Eglise Réformée Evangélique wordt in die tijd op zondagen gemakkelijk gevuld met 800 overtuigde calvinisten. De kleine tempel van de in 1862 afgescheurde Eglise Evangélique Libre kent in 1884 een boost en telt dan 130 plaatselijke gelovigen.
Die grote protestantse aanwezigheid krijgt een politieke vertaling. De protestanten hebben onder de Franse koningen danig afgezien. Echt gelijkwaardige burgers worden ze pas door de Franse revolutie. Vandaar dat hun nazaten overwegend republikeins, progressief en links stemmen, waar hun katholieke streekgenoten eerder voor royalistische, conservatieve en rechtse partijen kiezen. Tot diep in de twintigste eeuw valt dat verschil in de verkiezingsuitslagen af te lezen: de streek stemt rechts, het dorp links.
Al die opmerkelijke religieuze en politieke eigenaardigheden zijn nu wel aan het verdwijnen. Ze verdwijnen samen met de mensen, want het dorp verkeert in een proces van voortschrijdende ontvolking. Die loopt parallel met de toenemende concurrentie in de textielindustrie.
In 1950 telt het dorp vier grote textielfabrieken. Een na een moeten ze de deuren sluiten. Er is er een die langer standhoudt, maar in 1975 houdt ook dat bedrijf op te bestaan. In 1946 wonen in het bergdorpje nog 1584 mensen, in 1975 stopt de teller al op 1119 en nu zijn het er nog 833.
Wie jong en dynamisch is verlaat het dorp. Dat laat zich ook in de religieuze beleving zien. Terwijl ik die zondag bij de bakker mijn baguette haal, gluur ik eens binnen in de grote protestantse tempel. Er is een predikant aan ‘t werk. Meer dan veertig, vijftig mensen tel ik niet in dat gebouw dat er zo te zien wel duizend aankan.
Flor Vandekerckhove

° André Armengaud. Vabre village d’Occitanie. 1979. Ed. Vent Terral.
° Jeaques Pons et Guy Cals. Vabre 1900-2000. Mémoire d’un siècle. 2003. Ed. Société des Amis du Pays Vabrais.
Een reactie posten