vrijdag 8 april 2016

Conscience en ik (10)

Enkele weken geleden begon ik aan dit project waarin ik me De Leeuw van Vlaanderen, het meesterwerk van Hendrik Conscience, toe-eigen. Het is een project waarbij ik een fictief verhaal en de making-of ervan laat samenvallen. [Wie in de rechterkolom van de blog op het label 'Conscience' drukt wordt naar vorige afleveringen geleid.]
We bevinden ons in het jaar 2102. Plaats van het gebeuren is Oostende, meer bepaald de Oosteroever van de aldaar gelegen haven. Dat gebied is opgesplitst in twee verschillende biotopen, gescheiden door het water van het Visserijdok. Aan gene zijde ligt een compleet gerenoveerde wijk, waarin casino’s, chique hotels, luxueuze appartementen en exclusieve winkels elkaar verdringen. Ik heb het er al eerder over gehad. Daar dien ik evenwel aan toe te voegen dat er tussen al die chic één enkele horecazaak rest die aan vroegere tijden herinnert, met name café Het Slot, gevestigd op de benedenverdieping van het gelijknamige hotel.
Dat het café daar is kunnen blijven, komt door de voortvarende acties van de vzw Oosteroever, een plaatselijke actiegroep die zich rond de eeuwwisseling verzet tegen de projectontwikkelaars. In de strijd hebben die actievoerders dat café letterlijk uit de vernieling gesleept. In 2102 is het de stamkroeg geworden van de uitgezogenen die via het Uitzuiggebouw (voorheen de Vismijn) op de arbeidsmarkt terechtkomen. Nadat ze uitgezogen zijn, trekken ze het dok over om zich in hun stamcafé te herbronnen.
Over dat herbronnen moet ik trouwens ook nog 1 en ander kwijt, want de manier waarop dat in 2102 gebeurt is anders dan nu en toch hetzelfde. Hoe geschiedt dat heden? Na de dagtaak, die het uiterste van hem vraagt, wordt de werkman normaliter opgevangen door een vrouw (moeder, echtgenote, vriendin, maîtresse, hoer…). Zij bezorgt hem nieuwe energie, zodat hij ’s anderendaags weer fris & monter aan de slag kan.
In 2102 gebeurt dat nog altijd zo, maar dan erger. De fase, waarin de economie tegen die tijd terechtgekomen is, heet dan ook niet voor niets het vampierkapitalisme. De werknemers worden uitgezogen. Tegen het einde van de werkdag zijn ze bloedloos. Ze dreigen zombies te worden, en je weet hoe gevaarlijk die zijn voor de gevestigde orde. (Wie niet goed op de hoogte is van de lifestyle van de zombies, moet hier maar eens kijken, hzij zal versteld staan.)
Het is hier dat onze heldin, Rooie Machteld, haar rol begint te spelen. Zij huurt een kamer in
hotel Het slot. Vanaf het balkon presenteert ze zich — ik heb haar op de tekening omcirkeld — aan de uitgezogenen die zich na het werk in groten getale naar café Het Slot spoeden. Op bovenstaande tekening wijst de pijl u op de drukte in ’t café.
Niet alleen de gelagzaal krijgt daardoor veel volk over de vloer. Op de tweede tekening is te zien dat al die uitgezogen mannen naar boven trekken, naar Machteld. Een lange rij wacht op de trap een beurt af. Tegen betaling laat Machteld zich door het cliënteel uitzuigen, waarna de mannen weer over vers bloed beschikken die ze in het Uitzuiggebouw op hun beurt te gelde kunnen maken.
U begrijpt dat het een helse kringloop is, waarin de ene mens de andere uitzuigt.  Au fond verschilt die niet van wat we vandaag meemaken, maar ’t is wel een vuile poespas met al dat bloed.
Kan die kringloop ooit doorbroken worden? Die vraag heb ik me al meermaals gesteld. Misschien volgt er in volgende afleveringen een antwoord. Kom dat zien! Kom dat zien!
Flor Vandekerckhove
Tekeningen Jo Clauwaert
Een reactie posten