zondag 17 maart 2013

Op de cadans van Elvis Peeters


Maar kijk, ik zag daar niet alleen mijn gabbers
van 't moment, maar ook de nooit versagende
activisten van 't Uilekot, ik zag er oude bekenden
weer, linkse journalisten van de bovenste plank
als Liesbeth en Guy. (Foto Jo Clauwaert)
In 2012 vat ik het plan op om een stukje over het auteurskoppel Jos Verlooy & Nicole Van Bael te maken. Eerst moet ik natuurlijk alles lezen wat die twee geschreven hebben. Tegelijk wil ik weten welke muziek deze Elvis Peeters produceert. En hoe hij performance, muziek en woord op het podium bijeenbrengt. (*) 
Bon, dat gaat dan al over muziek, poëzie, theater en proza. 't Gaat ook over twee mensen die samen een boek schrijven. En ik moet het uiteraard ook over punk hebben, want Elvis Peeters wordt daarmee vereenzelvigd.
En hopla, weer overspeel ik mijn hand, want op de vloer rond mij liggen nu niet alleen de halfgelezen boeken van Elvis Peeters, maar ook een stapel totaal onaangeroerde werken over poëzie, over punk, over theater; allemaal onderwerpen waarover ik nauwelijks iets afweet. U begrijpt dat het me weer eens niet zal lukken.
Er is een voorgeschiedenis. Op 7 juni 2012 ontmoet ik Nicole Van Bael en Jos Verlooy in Galerie Zwarte Panter. Daar ontvangt Peter Holvoet-Hanssen die dag de Arkprijs van het Vrije Woord. In zijn speech is Peter zijn gewone zelf: ‘Ik deel ook de Arkprijs met ’t Uilekot te Herzeele. Café Rood-Wit in Berchem. Met vertel-ster Heks Lilo zaliger. ZeeRidder Marnix Verleene. Dichter Didi de Paris, stadsdichter van Vaticaanstad. Met die andere dichter, in de schaduw, de boog van Velimir Chlebnikov in de hand: Dirk Vekemans. Met schrijfster Noëlla Elpers die in 1994 met mij Het Kapersnest oprichtte om jongeren warm te maken voor literatuur, ook waar cultuurparticipatie niet evident is (…). Met meester-verteller Don Fabulist die op dit moment in een Waals oerbos in zijn woonwagen de oude verhalen van de streek onder de loep neemt en de geschiedenis van de onfortuinlijke leisteenbewerkers bestudeert. (…)’.  Een passage die hij afsluit met de dwingende woorden: ‘De netten sluiten zich. Verzet u!’
Peter vermeldt niet alleen zoveel mogelijk anderen, hij staat ook zijn spreekgestoelte af, onder meer aan mij.  Het is ook vanaf dat gestoelte dat ik de cadans in de tekst van Elvis Peeters hoor (‘Alles is perfect in orde’), een techniek die ik eerder al in een kort verhaal van hem ontdekt heb.  Dat mooie literatuur in een ritme baadt, dat leer ik van hem.
Later zoek en vind ik zo'n ritmes ook in zijn ander werk.  In het gedicht Dichtbij is het gebouwd rond het weerkomende ‘zegt ze’; in de eerste zinnen van Dinsdag draait het rond ‘Nu moet ik goed luisteren’…  Ik besef dat ik van deze auteur(s) veel kan leren en ik besluit dieper op het werk in te gaan. Wat ons weer naar het begin van dit stuk brengt: het inzicht dat ik mijn hand aan ’t overspelen ben.
Maar kijk, ik zag daar in Antwerpen niet alleen mijn gabbers van ’t moment, Peter, Katrien, Jo en de Don. Ik zag er ook de nooit versagende activisten van ‘t Uilekot. Ik zag daar oude bekenden weer, linkse journalisten van de bovenste plank als Liesbeth en Guy. En ik ontmoette er Elvis en Nicole die niet alleen de idealen van hun jeugd trouw gebleven zijn, maar intussen met Dinsdag ook op de shortlist van de Libris Literatuurprijs staan. 
Over de generaties heen beamen we de woorden van Peter Holvoet-Hanssen: ‘De netten sluiten zich. Verzet u!’ Ons verzetten? Laten we dat dan doen op de cadans van Elvis Peeters. Ons verzet zal dan verschroeiend mooi zijn.
Flor Vandekerckhove
 (*) www.elvispeeters.be
Een reactie posten