zaterdag 5 januari 2013

Chandler


Wijlen Jacques Chandler
In mei 2011 overleed Chandler. Ik vermoed dat zijn voornaam Jacques was, maar zeker weet ik dat niet meer, want hij werd destijds door ons gemeenzaam bij zijn familienaam genoemd, Chandler.
In de Vierde Moderne van de humaniora was Chandler een klasgenoot van me. Hij was een zittenblijver.  In die klas wachtte hij zijn achttiende verjaardag af, leeftijd waarop hij eindelijk van de schoolbanken verlost zou worden.  
Die schoolbanken beknelden hem. Die banken beknelden hem letterlijk, want hij was een lange slungel die zich nog maar met moeite in zo’n bank kon wringen. Ze deden dat ook figuurlijk, want Chandler had geen enkele interesse in het onderricht dat hem daar gegeven werd. 
Alhoewel hij maar enkele plaatsen van mij verwijderd zat, heb ik hem in dat jaar niet goed leren kennen. We hadden geen gemeenschappelijke interesses, in zijn vrije tijd hield hij zich op in etablissementen waar ik mezelf niet durfde te vertonen, er was enig klassenverschil (Chandler was duidelijk van betere komaf, zo verraadden het gouden polshorloge en de al even gouden ring die hij droeg) en zijn waterige oogjes wezen al op enig drankmisbruik.  Hij lachte ook teveel, vooral om zichzelf.
Vervolgens vernam ik meer dan veertig jaar lang niets meer over hem. Dat duurde tot ik in een krant een reportage las over daklozen in Oostende. Daar hoorde een interview bij. Een van die daklozen vertelde de interviewer dat hij in betere tijden een winkel uitgebaat had die failliet gegaan was, waarna hij van de regen in de drop terechtgekomen was. De foto toonde me een man die ik al eerder verschillende keren op straat gezien had, zich inderdaad ophoudend tussen de daklozen. Hij was me opgevallen omdat hij me van een ander kaliber leek te zijn dan zijn kompanen. Hij oogde aristocratisch; een dakloze van betere komaf. Er was nog iets waardoor de man mijn aandacht trok, maar ik kon er de vinger niet op leggen.
Enige tijd later liep ik, al joggend, een andere oud-klasgenoot tegen het lijf. Hij was het die me vertelde dat Chandler de geïnterviewde was. Meteen wist ik ook wat mijn aandacht op de man gericht had: ik had hem herkend, zonder dat ik erin geslaagd was die herkenning thuis te wijzen.
Vanaf dat moment hield ik de daklozengemeenschap in Oostende nauwlettend in het oog, maar Chandler heb ik er niet meer gezien. Had hij zich ‘herpakt’ en zichzelf weer een dak aangeschaft? Was hij in een ziekenhuis of instelling opgenomen? Was hij vertrokken om zonniger oorden op te zoeken?
Later zag ik die andere klasgenoot weer. Hij had het bericht in de krant gelezen. Chandler was overleden. Niet alleen de schoolbanken hadden hem bekneld, het leven had dat al evenzeer gedaan. Hij was nauwelijks vierenzestig geworden.
Flor Vandekerckhove

Dit bericht had ik in 2011 al in een (inmiddels gecrashte) blog geplaatst. Ik wilde het stukje hier hernemen, maar niet vooraleer ik er een passende foto bij gevonden had. Dat is inmiddels gebeurd. Op de foto bevindt Chandler zich (aangekruist) rechts op de middelste rij.
1964-’65. Van links naar rechts. Bovenste rij: Albert Tas, Norbert Vandamme, Freddy Buffel, Ronny Beyen (†), Somers, R. Sanders of Arthur Legein, René Deweert, Jean-Pierre Boentges, Honoré Pitteljon, Boydens, Bernard Vanneuville. Midden: Raf Vanzandweghe, Jacky Hoogenboom, Adelain Claeys, Flor Vandekerckhove, Jean-Pierre Casier, Albert Declerck, Pierre Joye, Bernard Staelens, Noël Dhulst, Henri Van Der Meulen, Daniël Pots, Jacques Chandler (†), Daniël Decorte. Onder: Daniël Vandenbussche, Marc Cromphout, Roland Provoost, Marc Van Middelem, Michel Philippe, klastitularis Michel Duyck, Willy De Keyzer, Ronan Dewilde, Ludo Van Kerschaever (†1968) , Werner Verbiest. Aan de handtekeningen op de achterzijde zie ik dat daar verder ook nog Dany Tilleman opstaat, maar op die naam kan ik geen gezicht meer plakken. Wie dat wel nog kan, mag het mij zeggen, dan vervolledig/corrigeer ik de gegevens.
Een reactie plaatsen